Gebied
Na de laatste ijstijd, zo rond ca 7000 v. Chr., werd het klimaat wat milder en kwam plantengroei op gang. Door veenvorming veranderde zuidwest Friesland in een moerasgebied. Omdat er tot een paar honderd jaar terug geen dijken waren en had de Zuiderzee vrij spel. Het gebied overstroomde regelmatig met kleiafzetting als gevolg. Skriezekrite Idzegea ligt dan ook in het klei op veengebied. De vele meren in het gebied zijn door stormen en vloeden gevormd, de huidige contouren zijn ontstaan na de 5e Allerheiligenvloed van 1570. De meren geven de afzonderlijke polders een grillige vorm en verdelen het 1675 ha. grote werkgebied van Skriezekrite Idzegea in deelgebieden variërend in grootte van ca 50 tot 300 ha.
De eerste bewoners van het gebied- vanaf ca 1000 n. C.- bestonden van visserij. Vanaf die tijd is het gebied langzaamaan in cultuur gebracht en werden bescheiden dijkjes aangelegd om land aan de zee te onttrekken. Diverse kleine meren en poelen in het gebied zijn in de loop van de tijd drooggelegd. In 1918 is men begonnen met de bouw van elektrische gemalen ter vervanging van molens. De polderdijken langs meren en vaarten werden opgeworpen en opgehoogd. Deze gigantische klus- handwerk- was in 1952 geklaard. Inmiddels zijn rond het jaar 2000 alle dijken alweer verhoogd. In het kader van ruilverkaveling Wymbritseradeel, afgerond in 2007, is het gebied herverkaveld; voor weidevogels ongunstige zaken als diepontwatering, drainage en grote kavels zonder greppels deden hun intrede. In genoemde ruilverkaveling werd wel grond vrijgemaakt een ecologische verbindingszone vanaf het Heegermeer tot aan de Abbegeaster Puollen(Hisse- en Pikemar) en voor reservaatsgebieden. De SBB-reservaatsgebieden de Pine en Langehoek hebben een weidevogeldoelstelling.



